Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'óf Leerredenen. 2 4.

wen niet alleen doet zien den weg des hemels ; maar hem door uw bevalligheid 'er ook toe aandryft ! en indien het nog eene dwaaling waar, zoo zouden wy met Cicero (d) mogen zeggen: &i indien ik hier in dooie , dat ik de » zielen der menfehen geloovc onfter'v> velyk te zyn >, ik dooie zeer geerne > 'v> cn ik wil niet , dat my iemand, zoo r> lang ik leve , deeze dooling, die my b» vermaak aandoet, met geweld af* persfe. Want als ik dood ben, zal 31 ik niets gevoelen : ik vreeze dan niet, 51 dat de philofophcn my dood zynde f> om die dooling zullen uitlachgen." En met den H. Ambrolius (e): » is f» dat ik my bedriege, met liever te 51 verwagtch het eeuwig gezclfchap der v> Engelen in den fchoot van God , ai als met te gelooven , dat ik van de 51 zelve natuur ben met de beeften % t 31 is eene dooling-, die ik bemin , en 31 zoo lang als ik leve, zal ik van die m meining niet afwykcn. » Maar neen-j, A. T., het geloof van de onftcrvelykheid der ziel, zoo wy reedsbeweezei

hete

(J) Quieft. Tutc. Lib. t. cap, 23. (V> Om He Refurr.cl:, 1L Peeh Q

Sluiten