is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederduitsch taalkundig woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$6o K o.

ken van den rook den open hemel fluit. Vond . In de ge-

, meene taai is het ook klanknabootfend : het kolkt mij zoo in V lijf. Plet kolkend hertjen klapt \t geen fchaemt de fpraeck belet. S. Co^t.

KÖLLEBl.OEM, z. n., vr., der, of van. de kollebloem; meerv. kollebloemen. Anders korenroos genaamd. ,

KOLLEN, bedr. w., gelijkvl. Ik kolde, heb gekold. Voor de kol van den kop flaan, bollen; eenen kol toebrengen, Kollen is ook onz., met hebben, op kol rijden, tooveren: zij heeft van nacht gekold. Oul. werd kollen ook voor betooveren gebezigd : die met het loncken van u kolletide gefichu S. Cost.

KOLOKWINT , z. n., m., des kolokwints, of van den kolokwint; meerv. kolokwinten. Anders kwintappel, eene uitlandfche, zeer biltere vrucht: ende las daervan fijn kleet vol wilde coloquinten. Bijbelv. In het lat. colocijnthis. ital. coloquintida.

KOLOM, z. n., vr., der, of van de kolom; meerv. kolommen. Van het fr. colonne., lat. columna. Zuil, pijlaar : tegens eene vreesfelijke kolom. Vond. Dat naar ee-

. ne zuil gelijkt: terwijl d' Almaghtige de lichtkolom bewoog. Hoogvi,. Zoo ook: vuurkolom, wolkkolom. De Boekdrukkers npemen.de hal ve zijde van een gedrukt blad eene kolom. Denkbeeldig fpreekt men van eene kolom van lucht. .

KOLORIET, z, n., o., des koloriet s, of van het koloriet; zonder meerv. Onduitsch woord, beteckenende de kunst, om de verwen wel te mengen, om de juiste-kleuren aan een fchilderifuk te geven; vooraf, als men naakte beelden fchildert: het koloriet alleen maakt nog een punt van. eenig gewigt. FeITH. Eene fchilderij van puinhoopen, met het fchoone koloriet Van een groot meester. Overz, van TIervey. Omdat de dichtkunst, in haren aard, eene foort van fchildering is, wordt het woord ook daarop toegepast: een heerlijk koloriet in een gedicht verl'prei'ten. Uit het fr. coloris.

KOLOS, z. n., m., van den kolos; meerv. kolosfen. Een woord, uit-het grieksch ontleend, dat, eigenlijk, de naam van een reusachtig koperen ftandbeeld, op het eiland Rhodus, was. Men gebruikt het, nog, vaneenig kunstwerk, dat de naturelijke grootte overtreft: kolosfen , niet van erts gevormt, noch door de kant' geklonken. Anton.

KOL-