Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K o.

5^7

nige weinige fteden, zelfs over eene ftad, dien naam. In dien zin lezen wij, in de Overz. van den Bybel, meenigmaal, van koningen. Ook, wanneer deze kleine Vorften, den grooteren onderworpen zijn, behouden zij dien naam. In de middeleeuwen benoemde men, dus, de ftadhouders zelfs. In eenen naauweren zin, die. thands, in Europe, de gewonelijkfte is, beteekent dit. woord eenen beheerfcher van een koningrijk , volgende , in rang, op eenen keizer: de koning van Prut/en — van Denemarken. Deszelfs gemalin heet eene koningin. In den dichterlijken ftijl heet de maan de koningin des hemels — van den nacht. Iets, dat, in zijne foort, boven anderen uitfleekt: den koning in het kegelfpel omwerpen , den middelden kegel. In het fchaakfpel is het voornaamfte ftuk de koning. Dat daaraan volgt heet koningin, welke naam, op eene zonderlinge wijs, in Europe , gevormd is. Het fchaakfpel is een oud krijgsfpel van oosterfche vinding. Het ftuk naast den koning heet, in het perf. en arab. pharz, of pherzan, dat is veldheer, wiens ambt dit ftuk, in het fpel, ook wezenlijk vervangt. Het fpel in Europe bekend wordende , hield dit ftuk eerst den naam van fercia , zoo als het, indetvvaaltde eeuw reeds, met dien naam voorkomt, in het oudfr. fier-ce, fierge. Uit onkunde van het woord fmeeddemen daaruit vierge, maagd, dat, eindelijk, in het lat. door virgo, domina, regina vertaald is. Van hier, dat dit ftuk koningin genoemd is. — Voords noemt men, onder de dieren, fommigen met dezen naam. De arend is de koning onder de vogelen; de leeuw onder bet viervoetige gedierte ; de haring onder de visfchen. De bij, die den geheelen korf bevrucht, an Iers moer genaamd, heet ook, fchoon zeer oneigenlijk, koning. Koning is ook een woord der fcheikunst, als het metaal van alle andere deelen gezuiverd is. Halfmetalen dragen ook dien naam: fipietsglaskoning, enz. Verkleinw. koningje, een koning van kleine magt; ook een klein vogeltje." Van hier koningdom , koninglijk, het koni.tgfichap. Vond. Zamenftell.: koningrijk, koningsbrood, koningsgezind, koningshuis, koningskaars, eene bloem, koningskind, koningskleur, koningsmoord, kouingsmcorder, koningsfiaf, koningszeer, koningszoon, enz.

Koning, Isidor. chuninc enchuningo, Ker. chuning, WtLLRR.. kuning, hoogd. könig, nederf. könig, konNn 5 «fng'i

Sluiten