Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N &. 233

het geen meerv.: waar de natuur niet de leste leermeesteres is, daar arbeidt de kunst vergeefs. Vooral wrdt deze kragt, bijzonder bij den mensch, onder allerlei bepalingen gebruikt. 1. Ten opzigt van het ligchaam, is dezelve de geheele verbinding van de vloeibare en vaste deelen in eiken mensch: eene fterke, gezonde, zwakke natuur hebben. Als de natuur hier zied zelve niet redt, zullen de geneesmiddelen weinig baten. 2. In de Godgeleerdheid gebruikt men het woord, in tegenftelling van de Openbaring: het licht der natuur. 3. Natuurlijke trek, zucht, min: de natuur uitfehudden. 4. De et-rite oorfprongelijke gefteldheid van een ding, met uitfluiting van alle veranderingen, die van buiten of door vrije verkiezing ontltaan: in den ftand dernatuur leven, waar de menfehen, zonder burgerlijke verbindtenisfen, vrij leven. In een ander opzigt, verftaan wij door de natuur eene tegenftelling van ingebeelde behoeften: de natuur is met weinig tevreden. Dikwerf ftaat natuur tegen onderrigt, tegen vaardigheden, door onderrigt en oefenieg verkregen, of tegen kunst over: zijne gebaren zijn onopgefmukte natuur. Natuur alleen is wilt en fchaars te prijzen. Geleertheit temt woestijn en huilend wout. Poot. Men twist nogh op dit uur, of iemant Dichter wordt door kunst, of door natuur. A. Pels, Een gave der natuur. PIoogvl. Hoe fchaers en zelden wordt Natuur verheugde moeder van een'' fchrijver! Poot. Eene woning noch door natuur, noch door kunst gebouwd. Sels. Dikwijls noemt men natuur, zonder meerv., zekere uitwendige betrekkingen, waarin ieder van zijne geboorte af geplaatst wordt: de banden der natuur breken, de bloedverwantfchap verzaken. Hier riep de ftem der natuur. Burgerlijke welftand: of en leert u ook de nature felyeniet? Bybelv. Aard, wijs, gefteldheid van iets, al beftaat het op zich zelf niet: de natuur der zaak vordert dit. Wellusten van eene eeuwige natuur. Sels. In natuur, in wezen, dat nog niet verpand of verkocht is. Ten tweede, alle werkende kragten yan alle ligchamelijke dingen te zamen genomen en ais eene eenige kragt voorgefteld; zonder meerv. De verbeelding maakt die kragt, als beftonde zij op zich zelve, en als ware zij yan God onderfcheiden:

dJ Alteelende Natuur zorgvuldigh in 't verdadigen Van 't geen zij baert en voedt, geeft dikwijls blinden

raedt. Poot. P 5 Wat

Sluiten