Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èft Se H.

Eene ronde. Halma neemt dit woord in dezelde beteekenis met deurwachter; doch het eerfte lid van het woord, fchaar, in den zin van hoop, bende, pleit voor de door ons opgegevene beteekenis, waarin Kiliaan het woord ook opgeeft. Nog vindt men het bij hem in den zin van wachtplaats, aangewezene verblijfplaats voor wachters; hoeffiag. Van hierfchaarwachter, een enkelman, toteenefchaarwachtbehoorende.

Schmrwacht, hoogd. febarwache. In het mekkelenburgfche is een werkw. fcharwachen in gebruik, beteekenende: zich flapeloos in het bed omwentelen. Adel. geeft het woord in de eerst aangewezene beteekenis op.

•SCHAATS, z. n.,vr. der, of van de fchaats; meerv. fchaatfen. Eene foort van fchoeifel, met gladde en fcherpe ijzers voorzien, om op het ijs te rijden: hij rijdt eene goede fchaats, hij verftaat de kunst van het rijden op fchaatfen zeerwel'. Van hier het werk w.fchaatfenrijden Qfchaatsrijden), en voorts fchaatfenrijder.

Schaats, eng. Jkate, fr. echasfes (eigenlijk fielten), it. zanche, fp. cancos. De oorfprong van het woord is duister.

SCHAB ,fchabbe, z. n., vr., der, of vandefihab, fchabbe j meerv. fchabben. Een ligte mantel: watfchandelijker ondie-, ren onder deze fchoone Ichabben meenigmaal verfchuilen. Oud. Verkleinw. fchabbetje, bij Halma een flecht manteltje. Hij hing zijn fchabbetje om. Eenigzins verouderd. Bij Kil. jchabbe, fchabbeken, toga levis, ital. sabbanno.

SCHABAAT, zie. fchade.

SCHABEL, jchabelle, z. n., vr., der, oïvan de fcha< bel; meerv. fchabel/en. Voetbank, meest gebruikelijk in het zamengeftelde voetjchabcl: voor hare voetfehabel. Vond. Van het lat. fcabbellum. Hoogd. Scha-, mei, nederf. fckammel, bij Tatian. fcamal. Kee.9 noemt alle zitplaatfen, of banken fcamclu.

gCHABRAK, z. n., vr. en onz., der, oïvan de, des,

. ctf van het fchabrak; meerv. fchabrakken. Een kleed, 't welk achter aan den zadel van een rijdpaard vastge-

' maakt wordt en het kruis van het paard bedekt Het j|? een vreemd woord, waarfchijnlijk van het turkfche ciaprak. tfchaprak, pool. czaprag.

gCil'AOUT, z. n., vr., der , oïvan de fchacht; meerv, jchackten. Ook ,fckaft. Deze benaming wordt aan

ver

Sluiten