Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V u tr. 5*>

gen. Vuur geven, van fchietgeweer fprekende, het kruid aanfteken, hetwelk oulings met lonten gefchiedde, die men vuren noemde. Vuur aanmaken, met behulp der nodige middelen, de vuurdeelen in eene felle be. weging brengen. Het vuur gaat uit. De zwam vat ligt vuur. Iemand ter vure doemen. Olie in het vuur werpen, figuurl. eenen flrijd, eene hartstogt nog heviger maken. Door een vuur loopen; voor iemand door een vuur loopen, figuurl., alles voor iemand doen of beproeven. De berg fpuwt vuur, werpt brandende mimof bergftoffen uit. In eenen naauweren zin worden ook verfcheidene foorten van brandende ligchamen, in het algemeen vuur genoemd. In den oorlog wordt het losfen van het groot en klein gefchut en de daardoor voortgedrevene kogels, vuur genoemd. De ruiterij hield het eerfle vuur van het vijandelijke voetvolk Jtandvastisuit. De troepen Jlonden twee uren m het vuur. Hel was een verfchriikelijk vuur. Het voetvolk moet zijn vuur niet vergeefs verfpillen, niet buiten volftrekte noodzakelijkheid vuren. Eene ftad te vuur en te zwaard verwoesten, in brand fchieten ,door kracht van wapenen vernielen. Tusfehen twee vuren ftaan, ingefioten zijn De vijand Jiond tusfehen twee vuren. Iemand het vuur na aan de fchenen legden, iemand eene zaak moeilijk maken. Figuurl.: hij'werd,hij fpoog-vuur en vlam, lui geraakte in zulk eene drift, dat zijn gelaat zoo rood als vuur werd. De hemel was één vuur, wanneer dezelve bij het noorderlicht eenen het vuur gelijkenden glans bekomt; ook: er ftaal nog een potje voor hem te vuur, hii zal duchtig onderhouden worden, men zal hem fterk doorhalen. Eenen hoogen graad van lust of levendigheid, hevige gemoedsbewegingen : de man heeft, naar zijnen hoogen ouderdom, nog veel vuur. Het paard, de hond heejt te veel vuur , wanneer zijne neigingen te fterk zijn. Hij fprak met veel vuur. Hij vat fchielijk vuur, d. i. wordt fchielijk toornig. Ergens vuur. op vanen, uiterlijk toonen dóór eene zaak getroffen te zijn. Naauwlijks had ik haar iets van deze zaak medetedceid, of zij vatte er vuur op. Het vuur der verbeeldingskracht, een hooge graad van levendigheid. Het minnevuur woedt in zijnen boezem. Het vuur des eorloss in den verheven fchrijftrant. Van hier vuren,

vu-

Sluiten