Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z e t. 35?

ganech vermogen op eene kaart zetten, aan het fpel wagen. Verwarele zaken uit elkander zetten , ordelijk voordragen en duidelijk maken. Iets uit zijn koof ei, uit zijne gedachten zetten, daaraan niet meer denken.

Eindelijk wordt dit werkw. nog in eenige bijzondere uitdrukkingen gebruikt, om de voortbrenging eener zekere verandering, eenes zekeren toeftands , aan te duiden : een land onder water zetten. Water te koken, kruiden te trekken zetten. Eene lip te broei]'en zetten. Zich in den jiap zetten , beginnen te flappen. Eene jiad in rep en roer zetten, verontrusten, aauhitfen. In verwondering zetten. Een lied op noten zet en. Iemand iets betaald zetten. Van tets de tering zetten, krijgen, De doodverw zetten, doodelijk bleek worden. Iemand niet mogen zeilen, dulden, lijden. O iemand, of iets gezet zijn, bezigt men, voor: op iemand, of iets geit e ld zijn- Een gezet man is een dik, ineen ge- drongen man; ook een bedaard man; zie gezet. Voor gezet bezigt men ookzt/, in : zetvisch, of zette i isch, visch, die niet krimpt. Van hier zet fel, zetfter, zetter, zcttii g. Zamenftell.: aanzaten, afzetten, bezeten, bi ze ten , doorzetten, inzetten, nazetten, opzetten, toznten, verzetten, voorzetten, wegzetten, enz. — Zetgang, zethaak, zethamer, zetpil, zetjchipper, enz.

Ze ten, hoogd. felzen, bij Isidor. en Kero fezzan , Ulphil. fatjan, nederf. fetten, angelf. fattan, zweed. Jatta, pool. jat/ze, eng. Xofet, ijsl. feta. liet gr. wx.ttw, en het hebr. T$0, zetten, zijn ongetwijfeld daarmede verwant. En, daar in de eigenlijke beteekenisfen het denkbeeld van laagte zeer merkbaar is; want wie zich zet, wordt daardoor lager, dan als hij ftaat, zoo is deszelfs overeenkomst met zi ten zeer duidelijk. ZETTER, z. n., m., des zetters,'jof van den zetter; meerv. zetters. Wan zetten. Eigenlijk , al wie iets zet. Het gebruikelijkfte is het, bij de Boekdrukkers, om dien genen aan te duiden, welke de letters zet, anders letterzetter, om hem van den eigenlijken drukker te onderfcheiden : fomtijds is een zetter ook wel drukker tegelijk. Ook wordt.het gebezigd voor iemand, die den korendrageren de zakken helpt op het hoofd zetten. Zamenftell.: kopperzetter, leaer zetter, enz. In het vrouwelijke is; het zetjlef, zamenftell.: kafpenZ 3 zet-

Sluiten