Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI. Boek. Geschiedenissen. *3

• Steden deezer Provintie, met de Poste" ryen begiftigd zynde, dezelve uit ware " liefde voor het Vaderland , en tot fty" ving van 's Lands Geldmiddelen , zyn eigen Intrest ter zyde ftellende, in den

" fchoot van deezen Staat heeft overgebragt , welk voetfpoor tot onderfteu-

" ning van 't Gemeenebest , door ieder

" opregt Vaderlander, waardig is naar go

,, volgd te worden".

Geene kleine bekommernis vciuuiam^v ditVerzoekfchrift by de Rotterdamfche Regenten.. Sints geruimen tyd befchouwde men hier, zo wel als in andere Hollandfcbe Steden, de Ampten en Bedieningen als eenen eigendom., niet van het Volk, maar van de Wethouders. Als eene ongehoorde nieuwigheid en onredelyke eisch klonk het hun, diensvolgens , in de ooren , niet alleen, dat men hun deezen vermeenden eigendom zogt te ontneemen, maar, daarenboven , op hen begeerde , dat zy iets zouden betaalen van 't geen zy gewoon waren te trekken. Geen beter raad wisten ze, in deezen onaangenaamen toeftand , dan zig te vervoegen by den Prins Stadhouder ; aan wien, vervolgens , ook eenige voornaame Burgers werden afgezonden Zyne Hoogheid gaf tot antwoord, omtrent het verzogte,de noodige fchiklungcn te zullen beraamen, zo dra hem eene fyst der Ampten en Bedieningen, gelyk ook van derzelver inkomften, zou zyn ter hand gefield; vermaanende voorts de Ingezeetenen, intusfchen , zig ftil en vreedB 4 zaam

1747-

Sluiten