Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII.Boek. Geschiedenissen. 27

«xelen, welke zouden kunnen dienen, om de o-ereezene onlusten, op eene minnelyke wyze, te vereffenen. Ten dien einde deeden 1 zy, op den vyftienden February des jaars 1762, aanfchryving aan de Bewindhebbers van de Kamer Amfterdarn, omtrent eene bepaalde opgaave van eenige punten van bezwaar , welke zy zouden meenen te' moeten uitleveren de onderwerpen, over welke, tusfchen Commisfarisfen der Nederlandfche Maatfchappye en de Engelfche, zoude moeten gehandeld worden. Op dit aanfchryven vonden de gemelde Bewindhebbers noodig, ten fpoedigfte eene Vergadering te beleggen van alle de Kamers, ten einde om, in deeze algemeene byeenkomst, te overleggen en te befluiten, 't geen, in eene zaak van dat gewigt, en van algemeene aangelegenheid, meest dienitig zoude geoordeeld worden. Niet van die uitwerkinge was de Vergadering van Zeventienen , welke men zig daar van hadt voorgefteld. ! Wel ras bevonden de Leden, niet zo ipoedig. als men gewenscht hadt, te kunnen gereec zyn met eene juiste opgaave van bezwaarpunten: om reden, dat, van wegen de Engelfche Maatfchappye, tot nog toe, geer antwoord op de ingeleverde klagten vffl ingekoomen. Niets meer kort, daarom in deeze Vergadering, verrigt worden, dar het maaken van de noodige fchikkingen om met de zaak te kunnen voortgaan, zc ras de Engelfchen een antwoord zoudei gezonden hebben. Van dit alles gaven d<

1764.

1 1 1

Sluiten