Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 AMSTERDAMS III. Deel.

1705.

De Troepen koonien in de Stad.

meest dienftig zouden geoordeeld worden, tnmiddels verfpreidde zig het gerugt door de Stad, dat een aantal Troepen, ten geleide van eene Commisfie van zeven leden uit het Provinciaal Beduur, in aantogt was. Dit deedt den Raad befluiten, eene CommisGe van twee leden uk denzelven, met eenige leden uit de Burgery, naar Haarlem te zenden, in de hoop van Afgevaardigden aldaar te zullen aantreffen, en dezelven, van het doen aanrukken van Troepen naar deeze Stad, te rug brengen. In den voorflag, egter , van eene Commisfie uit de Infanterie en Artillerie, om de Stad tegen de naderende Troepen te verdeedigen, kon de Raad niet bewilligen, als hebbende dezelve daar toe geene vryheid, naardien de Franfche Troepen, in gevolge des Verdrags, tusfchen de Franfche en deeze Republiek gefloten, in alle Steden, zonder Patent, mogten binnen trekken.

De Raad, welke den gantfchen nacht vergaderd was gebleeven, ontving, in den morgenftond, berigt, van de Commisfie van het Provinciaal Beftuur, aangaande den aantogt van Troepen, en dat zy zelve, dien morgen omtrent tien uuren, in de Stad dagt aan te koomen. Dat uur was nog niet verfcheenen, of men vernam, dat omtrent zestig Huzaaren, benevens twaalf Ruiters van de Bataaffche Krygsmagt, ter Haarlemmer Poort ingerukt, op het Plein daar binnen hadden post gevat. Ook vertoonden zig, buiten de Weesper Poort, eenige Franfche

Troe-

Sluiten