is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43* J. T. VAN DE WTNPERSSE,

Lond. 1774. den min edelmoedigen tegenftreever van Butter , Tr. citat. pag. 14. feqq,, waar van het uittrekzel te vinden is in Comm. de Rebus, Vol. XXI. pag. 657. feqq. Vogel, l. c. Stoll, Rat. Med. Part II. pag. 184. de Plencis, Atta &'Obferv. Med. pag. 81. feqq. Om eene Vraag van zoo veel aanbelang wei te ontwikkelen, moet men de bewijsredenen van beide de partijen naauwkeurig en onbevooroordeeld onderzoeken. De bewijsredenen van hun , die een'befmettelijken aart aan deze Ziekte willen toegekend hebben, komen op de volgende neder. 1. De Kinkhoest is zoo wel, als andere befmettelijke Ziektens, b. v. Kinderpokken , Maazelen, enz. den Ouden onbekend geweest, het gene niet mogelijk zijn kon , zoo dezelve uit algemeene oorzaaken, kwaade levenswijze, enz, voortkwame. 2. Getrouwe waarneemingen verzekeren , en de dagelijkfche ondervinding bevestigt ons, dat zij , die met zodaanige Lijders omgang hebben , zoo ze te vooren door den hoest niet zijn aangetast, voornamentlijk door dezelve worden aangedaan; ja, dat de befmetting zelfs door een derden op een an1 deren wordt overgebragt. 3. Zij, die tot dus verre van den Kinkhoest zijn vrij gebleeven, kunnen zig verder voor dezelve wagten, zoo

ze