Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5o8 A. J. 's G R A E U WE N,\

en gemelde deelen beledigt ; gelijk gefehiedc:

1. Door eene fchadelijke lucht, door koude of hitte, zwaarte of ligtheid, fcherpte of ruwheid , ftiiftand, bederf of befmetting zondigende.

2. Door bijna ontelbare nadeelige gebruikte fpijzen en dranken.

3. Door vreemde wezens door het ftrottenhoofd ingegaan.

4. Door fcherpe ftoffen , uit het hoofd afdruipende, of anderzints zich plaatfende op of in het ftrotten-hoofd, en de andere deelen , -tot de ademhaling gefchikt.

5. Door overmaat van flijm , deze deelen inwendig bekleedende, hetzij zulks verdikt, fcherp geworden of bedorven zij ; of wel

6. Door een gebrek aan flijm, droogheid, fpanning of eene andere oorzaak, waar door het inwendig vlies van de longepijpen te gevoelig, te ligt aandoenlijk wordt.

7. Door bloed, wei, etter of eenig ander bedorven vogt of ftoffen daar in vergaderd.

8. Door eene te groote droogte, hitte, ontfteeking, verzweering, de fprouw, of ander werklijk gebrek der longen zelve, zo als in veele borstziekten, en zoms toevallig plaats heeft. Of ook

9. Dóór

Sluiten