Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49£» TAAL. DICHTERS.

koppeld. —- Gy weet, dat onze Taal eene afftammelinge der Hoogduitfche is , en naast aan het Neder^Saxifche grenst, hebbende veele tongvallen, verfchillend niet alleen in elke Provintie , maar zelfs in digt by elkander ge. legen Steden en Dorpen. Dan de waare Friefche wykt meest van alle anderen af. Gy weet, dat de oude Rederykers , zynde Dichters , die zich in de Rederyk- of Rhetorykkamers , hun door de Wethouders der Steden gegeeven , met rymen oefenden , en den Volke Spelen vertoonden met eene pragt en opfchik , die wonder vreemd zou zyn in deeze dagen. . Gy weet, dat in Steden en Dorpen zulke Gezelfchappen van Dichters waren , die men Kamers noemde , te Amjlerdam wel drie, elk met een Blazoen, genoemd de Eglentieren , de witte Lavenderbloem en het Vygeboomken , tot Zinfpreuk hebbende ; In Liefd' bloeiende , Wt levender jongst , en Het foet vergaeren : Gy weet, dat zy Vraagen uitfchreeven , Caerte geheeten ; andere Kamers uitnoodigden , om daarop te antwoorden , en den beloofden prys aan het beste antwoord gaven. By zulke gelegenheid vertoonde men Spelen, en de Stad, waar zulks gebeurde , zag een heerlyk Blyfeest. Gy weet ook , dat die Rederykers de misbruiken der Roomfche Kerk ftreng gegispt, de bitterheid der Vervolging haatlyk afgemaald, de Zeden verbeterd , 1 aalen

Sluiten