Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$S8 15 SEPTEMBER 1796*.

„ voldaan wordt, aan het laatfle gedeelte van het vonnis, maar het geheele Bataaffche Volk wordt M verlost van een fubjeét, 't welk zich de inwoo„ ning onder zyne Medeburgers, d«or zyne ilechte ts conduite heeft onwaardig gemaakt.

„ 't Is dan ook op grond van voorzeide confide„ ratien, dat de ondergeteekenden zouden wezen van advis, dat het by de Requeste gedaan verzoek van Christiaan Sager, aan denzelven zoude behooren te worden geaccordeerd: mits dat ge„ zegde Christiaan Sager, daadelyk en zonder „ verwyl deze landen, en de Bataaffche Republiek voor altoos zoude verlaaten, op pcene van zwaar?, der ftraffe; alles echter ongeprejudicicerd, zooda„ nige pretenfie, als de Bailliuw van Rotterdam, uit kraehte van gevangenis en mifen van Juftitie, ?, zoude vermeenen aan hem als nog te competeeren.

„ En indien Gylieden u met den advife'; aan de 9, Ondergeteekenden zoudt kunnen conformeeren, geven de Ondergeteekenden, ten einde daar van „ het behoorlyk effect te hebben, in bedenking: of niet dezelve Christiaan Sager zoude kunnen „ blyven gedetineerd, tot tyd en wyl'e eene gefchikf, te gelegenheid tot een veilig en zeker vertrek ,3 zich zoude opdoen, als wanneer dezelve Sager-, ff op de meest gefchikte wyze en behoorlyk geës„ corteerd, zoude kunnen worden gebragt aan boord „ van een Schip, waar mede hy deze Republiek j, zoude verlaaten.

„ Niettenrin onderwerpen de Ondergeteekenden, dit hun geadvifcerde aan het verlicht oordeel dejS zer Vergadering."

C. G. R. van MARLE, T. REEPMAKER, Den Haag, 14, N. SINDERAM, September 1796, WILLEM NOODT. Waar-

Sluiten