Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(31)

plaats heeft; terwyl daar en tegen in de Graafschap. het Waaggeld, en op de Veluwe een Mout accyns, nevens een Impost op de ontgronding en het Waaggeld, is ingevoerd. Holland. De Gemene Middelen, welken aldaar geheven worden, zyn in beschreven of onbeschreven Middelen verdeeld; wordende de eerste, door middel van beschryving, by Quotisatie, zonder enige Compositie, geheven, en zynde: 1. Het Hoorngeld. 2.Paardegeld. 3. Koehouders Zout. 4. Bezaaide Landen. 5. Heren- en Redemtiegeld. 6. Koffy- en Thee- <

geld. 7. Karossengeld, waar onder ook begrepen is een impost op Vaartuigen van vermaak of gerief. 8. De Consumtie van Tabak. De onbeschreven Middelen zyn: 1. Het Brandhout. 2. De Fruiten. 3.Boter. 4 gedrukte Papieren. 5. Consumtie Zout. 6. Inkomend of doorpasserend Zout. 7. Consumtie Zeep. 8. Tonne Zeep. 9. Waag. 10. Rondemaat. 11. Inkomende Granen 12. Gemaal. 13. Beestiaal 14. Binnen Gebrouwen Bieren. 15. dito buiten Gebrouwen. 16. Wvnen, Meede en Azynen. 17. Brandewynen. 18 Grove Waren, zynde Kalk, Tras en Steen ; mitsgaders Lood, tot Bouwstoffen gebruikt 19. Zalm en Steur 20. Veergeld. 21. Inkomende Tabak, 22. dito Pypen. 23. Turf en Kolen. 24. Ontgronding en doorvaart en 32. Het Klein- of Collective Zegel. Wyders a. de Tienden, b. Collateraal, c. Belasting op de Alienatie van Goederen, d. Verponding van de Huizen en Landeryen. e, De 40ste Penning op de Schepen. f. 100ste en 200ste Penning op de Ampten, Obligatien, Los- en Lyfrenten. g. Middel op het Trouwen en Begraven , en h. Op de ongefundeerde Processen.

Zeeland. In deze Provincie worden de volgende Belastingen geheven: 1. Wyn. 2 Brandewyn. 3.Tabak. 4. Bier. 5. Azyn. 6. Gemaal. 7. Zeep. 8. Zout. 9. Boter. 10. Blestiaal. 11. Turf, Kolen en Brandhout. 12. Waag. 13. Hoorngeld, vermengd met dat van bezaaide Landen. 14. Veer- of Passagiegeld. 15. Amptgeld 16. Klein-Zegel. 17. Dienstbodengeld. 18. Karos- Wagen- en Paardegeld, 19: Tienden. 20. Dyk- en Schoreltingen. 21. Alienatie van roerende en onroerende Goederen. 22. Collateraal. 23. Huisgeld, en 24. Landeryen; zynde boven dien aldaar nog ingevoerd. 25. Het Familiegeld, zynde 2 pCt. van elks zuivere Revenuen, 't geen jaarlyks onder Ede betaald word, ook is aldaar de Kaas nog belast met ½ ? per ?? en van buiten inkomende Bokking met 3 st. per 100 ?? de Snuiftabak met 6 st per ??; de Carotten met 3 st. per ??; gekorven Tabak van buiten 3 st. per ??; en het Verkopen of Vermangelen van Paarden, met den 12den Penning.

Utrecht. Aldaar zyn belast: 1. De Wynen.

2. Brandewynen 3. Tabak. 4. Bieren 5. Brouwers Gemaal. 6. Azynen. 7. Gemaal 8. Zeep. 9. Zout. 10. Boter. 11. Beestiaal. 12. Turf en Kolen. 13. Koffy en Thee. 14. de Waag. 15. Fruiten. 16. Hoorngeld. 17. Veer- en Passagiegeld. 18. Amptgeld. 19. KleinZegel, 20. Dienstbodengeld. 21. Paardengeld. 22. Bezaaide Landen. 23. Grove Waren. 24. Tienden. 25. Alienatie van Goederen. 26. Collaterale Successie. 27, Huis- en Haardstedengeld. 28. Landeryen.

Vriesland. In deze Provincie worden gevonden de volgende Belastingen: 1. Op den Wyn. 2. Brandewyn. 3. Tabak. 4. Bier. 5. Brouwers Gemaal . 6 Azyn. 7. Gemaal. 8. Zeep. 9. Zout. 10 Beestiaal. 11. Turf en Brandhout. 12. Koffy en Thee. 13. de Waag. 14. Fruiten. 15. Hoorngeld. 16. Veer- en Passagiegeld. 17. Ampt- Officiegelden en Equivalenten 18. Klein-Zegel. 19. Familie- of Hoofdgelden. 20. Paardegeld. 21. Bezaaide Landen. 22. Haven Specien 23. Lood. 24. Alienatie van roerende en onroerende Goederen. 25. Collaterale Successie. 26 Reëel- of Schoorsteengeld. 27. Florenen, zynde ene Belasting op de Landen.

Overyssel. Men vind aldaar belast: 1. de Wyn. 2. Brandewyn. 3. Tabak. 4. Bieren. 5. Azyn. 6 Gemaal. 7. Beestiaal. 8. Waag. 9. Hoorngeld. 10. Passagiegeld 11. Officiegeld. 12. Dienstbodengeld. 13. Paardengeld. 14. Bezaaide Landen. 15. Alienatie. 16. Collaterale Successie. 17. Vuurstedengeld 18. Verponding. 19. Contributie. 20. Hoofdgeld. 21. Varkens, Schapen, Beyen, onder den naam van Reliqua.

Stad en Lande. De Belasting in deze Provincie in gebruik, zyn als volgt: 1. Op de Wvnen. 2. Brandewyn. 3. Tabak. 4. Bieren. 5. Azyn 6. Gemaal. 7. Zeep. 8. Zout. 9. Boter 10. Beestiaal, 11. Turf. 12. Koffy en Thee. 13. Waag. 14. Fruiten. 15. Hoorngeld. 16. Passagiegeld. 17. Amptgeld. 18. Klein-Zegel 19. Dienstbodengeld. 20. Paardengeld. 21. Bezaaide Landen. 22. Grove Waren. 23. Alienatien. 24. Collateraal. 25. Huis- en Haardstedengeld. 26 Landeryen: kunnende hier nog by gevoegd worden; a. Het Neringgeld. b. Breuken, c. Hoofdgeld. d. Molengeld. e. Manufacturen. f. de Goedschatting of 400ste Penning van alle vaste en losse Goederen en Effecten, 3 maalen 's jaars geheven, van elk die boven de 200 Guldens bezit, en g. de Spilsluizen, een Passagiegeld op de passerende Schepen,

GEBOORTE- TROUW- en STERFLYSTEN.

Het getal der Doden, gedurende de laatstverlopene week, is geweest: in 's Hage 52; en te Haarlem 29, onder welken laatsten 14 beneden de 12 jaren. Uit

Sluiten