Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welk eene groote Weldaad heeft God ons dus daarin beweezen, dat Hy zich naar Zyn Wezen, Volkoinendheden, Wil en Werken, in de Heilige Schrift zo dui.delyk heeft geopenbaard, dat zy, die dit Licht volgen, met dwaalen, maar in de Kennis van den onzichtbaaren God, zo ver kunnen vorderen, als zulks in dezen Staat van Onvolmaaktheid, maar mogelyk is. En, wie Hem ziet, ziet ook Zynen Zoon, en kendt den Grooten Verlosfer van het zondig Menschdom.

Welk eene ondankbaarheid voor, en welk eene verachting van deze onuicfpreekelyke Génade zoude het niet v^p. onzen kant zyn. wanneer wy, op deze Kennis van God en onzen Verlosfer geen prys wilden Hellen , of het Dwaallicht der Menfchelyke Verbeelding volgen, en liever eenen God erkennen en vereeren, die niets is en door Menfchen wierd verdicht, dan den waaren God, die zich in Zyn Woord, ons, in zulk een heerlyk Licht heeft voor oogen gefield.

Een bewys, dat het ons aan eene echte Gods kennnis ontbreekt, is, dat wy Gods Wezendlyke Volkomendheden, alle oneindig groot, van elkander fcheiden, of ons de eene grooter dan de andere voorftellen, en ons dus Verbeelden, dat de Komst van Jefus in de Waereld, om een Verlosfer der Menfchen te zyn, niet noodigwas; in plaats van ons te laaten overtuigen, dat in God, alles ten hoogften volmaakt is. — Ook dit is een Bron van Veele Dwaalingen.

Men zegd: God is de Liefde, en aan deze Liefde Wil men Zyne Gerechtigheid geheel opofferen. Het is Waarheid, God is de Liefde, doch deze Zyne Liefde is ten hoogflen volmaakt, dus kan door dezelve, Zyne Heiligheid en Gerechtigheid in het minst niet benadeeld worden. Deze Iaatfte Volkomendheden zyn even zo •stoot als de eerfte, en ftaan met dezelve in het engfte Verband. — God is de Liefde, bvgevolg was het niet noodig dat JefuS ^Mensch wierd eh in de Waereld verfeheen, om ons Gods Genade te verwerven; maar, wanneer ook Johannes God de Liefde noemd, i Joh. IV vs, 8, ontkend hy dan, dat God nog andere Volkomentheden

Sluiten