Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal "er een Opjt. der Rechtv. zyn. 31

den ftaat der onfchuld flandvastig ware gebleeven.

Dit vloeit natuurlyk voort uit het oogmerk van God met de febepping van den mensch, het welk was, om, door denzelven zoo volkomen en gelukkig te maaken als mogelyk was, de volkomenheden, die 'er in Hem waren, op de duidelykffe wyze aan den dag te leggen. Dus God den mensch niet zoo zal gefchapen hebben , dat door zynen dood de voortgang van zyne volmaaking en geluk natuurlyk gefloord zou worden, en derhalven eene zodaanige wyze fchikking gemaakt, dat de mensch onbenaadeeld van dien kant koude blyven,-en de H. S. toont het klaar, terwyl alleen op de overtreding van Gods gebod de dood gedreigd wierd. Op welken dag gy daarvan eet , zult gy den dood fterven, dat is, ïlerfelyk worden en aan alle foorten van lydens onderworpen Gen. II, 17.

Ik beken, daar zyneenige menfchen, dewelken hiertegen onder anderen inbrengen; dat een onfterfelyk ligchaam onmogelyk is;ofte ten minften dat uit de ontleedkunde blykt dat het menschlyk ligchaam nooit hebbe kunne onfterfelyk zyn. Dan gelooven dezelve menfchen , dat wy naa dit leven uit den

dood

Sluiten