is toegevoegd aan uw favorieten.

De welmeenende raadgeever.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 95 )

eerstgeboorte-recht baaten, daar ik immers toch moet fterven, fterflijk ben, en mijn Vader isaSk nog lang leeven kan. — Voor zulk een verdrietelijk mensch , in oogenblikken van vermoeidheid en behoefte, heeft niets, zelfs het leven, geene waarde, en alles vertoont zich zwart voor zijn gezicht. - In de zaak zelve was dus zoo groote nood niet gelegen, maar alleen in de denkbeelden van esau, wiens driften en zinlijkheid hem de voorwerpen of buiten maten vergrootten, of verkleinden. — Daar tegen kunnen er gewigtige bedenkingen tegen

esau's gedrag in dezen worden aangevoerd. Zijn

nood, in welken hij verkeerde, was waarlijk zoo groot, dat hij, zonder van die fpijze van ;jakob te eten, binnen weinige oogenblikken, van honger en magteloosheid, zou geftorven zijn, of deze nood was met zoo groot, men verkieze, wat men wil. — In beide gevallen handelt esau los en onberaden. Het eerstgeboorte-recht was toch iet heiligs, naar de denkwijze en zeden van zijnen tijd, iet van zoo veel gewigts , dat hij, ten minften, op jakobs voorftel terug gedeinsd, en zich bevreemd getoond moest hebben, dat hij zijnen broeder moest hebben voorgehouden, dat zoodanige eisch onbillijk, onrechtvaardig, ja wreed was, of hij hem, zijnen broeder, dan van honger zou willen laten fterven? enz. Niets van dit alles lezen wij, dat esau gedaan heeft. Men kan niet zeggen, dat men uit het ftilzwijgen der fchrifr niet kan befluiten, dat esau misfehien dit alles heeft ingebracht, maar dat jakob onverbidlijk wreed genoeg geweest is, om bij zijn voorftel te blijven, en op zijnen eisch aan te dringen; want, vooreerst, met zoodanige aanmerking, zou men, om esau te verfchoorien, jakob weder des te zwarter maken, zonder bewijs, op enkele onderftelling, en tegen den imborst, dien jakob' over het geheel toont te bezitten; jakob moge listig geweest zijn, bloeddorst en wreedheid was geen trek van zijn karakter, hij was veel eer zacht, en heeft verfcheiden blijken gegeven , dat hij alle Wreedheid haatte, ener eenen afkeer van hadt.— Maar, daarenboven , de fchrift zwijgt niet nopens het geen esau gedaan heeft. Zij verhaalt, wat esau gezegd heeft. Ik moet toch fterven, waar toe dient mij dan dit eerstgeboorte, recht? juist, gelijk wij bovea.gezien hebben, in zijn ka-