Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *37 )

veren was , 'waarbij alleen de deugdzame k o a c h met gijn hulsgezin gefpaard werdt, om een nieuw leven, en eene nieuwe gedaante aan alles te geven.

Weinige eeuwen verliepen er na den vloed, of het menschdom was op nieuw bedorven ; hadt eene losbandige onverfchilligneid voor den vloed de menfchen tot wrevele onderdrukkers en dwingelanden van eikanderen gemaakt , thans zag men dezelfde uitwerking , maar uit een ander uiterften, waar toe de menfchen vervielen, te weten , het Bijgeloof en de zucht tot Afgoderijen. Bijgeloof deedt de onderneming aanvangen , om eenen toeren te bouwen, die, aan het Bijgeloof gewijd, ftrekken zou , om de menfchen tegen wil en dank vereënigd te houden. Bijgeloof gaf aan de Priesters en geestelijken den toom van het bewind in handen, en het gevolg was, flavernij en gewetensdwang. Nu ontfermde zxh de Godheid, en verloste het volk der Hebreen uit het Slavenhuis van Egypte, ten einde dat volk , door de wijze en billijke wetten van moses , van eenen hoop (laven,1, tot een wijs, verlicht, en vrij volk te herfcheppen, gevende hun wetten en voorfchrifren , door weiken ieder, die ze volbracht, gelukkig leven kan. Maar, de Hebrêen zijn bij deze wetten niet gebleven! Na. geduurende drie of vier eeuwen, door onderlinge twisten en burgerverfchillen , de fpeelbal der nabaurige volken geweest te zijn , begeerde het dwaaze volk eenen Koning , en — God'gaf hun eenen Koning — in zijnen toorn i — Vergeefs werdt dit volk , door de Babylonijche ballingfchap getuchtigd, en tot betere beginzelen te rug gebracht, dewijl zij, naauwlijks ontflagen van vreemde afhanglijkheid, weder onder Koningen en Dwingelanden vervielen, en onder den naam van een vrij volk, alle de rampen der flaaven ondervonden, gelijk zij er ook de ondeugden van

In dezen tijd was het gantfche menschdom weder allerdiepst vervallen. De Joden waren geheel verbasterd en afgeweken van de goede inrichtingen van hunnen grooten en door hooger geest gedreven Wetgever moses ; de geheele bewoonde, ten minften toen bekende, wereld werdt beheerscht, door Afiatifche Despoten , of was onderworpen aan den Romeinfchen Staat, welke te vooren «en vrijheid minnend volk, thans kruipende vlijers van Gg 3 CM'

Sluiten