is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïiö Verklaaring van de Handelingen

ge tot het woord ^«««As?» heeft Raphelius eene volmaakte gelyke plaatze uit Polybios bygebracht. Camerarius heeft daarom met recht geoordeeld, dat men 'er het woord docentes (onderwyzendej behoorde onder te verdaan, en voor *V» te voegen. Beza verkiest met het zelfde recht dicentes (zeggende); dan hy begaat teffens eenen misflag, wanneer hy zich genegen toont, om het woord **< uitteftryken, het welk hier niet kan gemift worden.

vers 23. Zy fielden ook Oudften aan in alle deeze Gemeentens, met vasten en bidden, en bevolen Joen den Heere, aan wien zy geloovig waren geworden. Dewyl 'er in deeze drie Heden zulk een groot aantal van Christenen was, dat zy geestlyke byeenkomften konden houden, en op eene geregelde wyze den gemeenfchaplyken openbaaren Godtsdienst waarneemen, moeiten 'er nu ook gewoone Leeraaren en Voorftanderen worden aangefteld. Dit deeden Paulos en Barnabas thans, verkiezende daartoe zoodanige mannen, als zy daartoe bekwaam oordeelden. Zy ftelden deeze tot voorftanderen aan, met een Gebed, waar toe de geheele Gemeente zich door vasten (g) hadt voorbereid , en bevolen hen daardoor hunnen Heere, Jesos; dat is: zy riepen Jesus aan, hem biddende, dat hy hun overvloedige kracht en zegen tot dit heilig ampt wilde verleenen.

Door de wssF^vrlgev; worden de Leeraars en predikers verftaan, gelyk kap. XX: 17, in welk Hoofdftuk zy vers 28 ook Opzieners of Bisfchoppen genaamd worden. Dan dewyl in de Christlyke Gemeentens (van dien tyd) tweeërleie voorftanderen waren , zoo als 1 Tim. V: 17 blykt, naamlyk Leeraaren en Armbezorgeren , is het onzeker, of Paulus en Barnabas thans mannen in deeze beide posten gefield , dan of zy het aan de Leeraaren en Gemeente hebben

- over-

(g) Door dit Vaften hebben wy te vooren by kap. XIII: % reeds gefproken.