Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai.0 Verklaaring van de Handelingen

overtuigd te worden. De Apostel heeft dit Rom. h i o 20, even zoo nadruklyk voorgefteld ; alwaar hy fci'ryft, dat Godt, die op zich zeiven onzichtbaar is, door zyne werken en weldaaden den menfchen, die de oo^en van hun verftand flechts opendoen , zicht* baar en zoo kennelyk gemaakt wordt, als iets, het geen men by helderen zonnefchyn met zyne oogen zier en dat derhalven de onkunde van fommigen ten aanziene van den waaren Godt onverantwoordlyk was, én niet konde verontfchuldigd worden.

Het zelfde bedoelt de Apostel hier, wanneer hy zegt dat Godt niet verre van ons menfcben is , maar dat ieder menfeh hem na by zich heeft (x): dewyl men flechts behoeft te bedenken, dat men een menlch is, die lichaam en ziele, met leeven en verhand begaafd, ontfangen heeft. Kunt gy , wil Pauluszeggen , u zeiven wel opmerkfaam gade flaan , zonder ten duidelykften overtuigd te worden , dat gy niet van u zeiven zyt, maar, zoo wel als alle andere dingen , eenen fchepper en onderhouder van uw wezen en leeven hebt? En op deeze wyze komt gy immers tot kennis van Godt.

Hier op brengt Paulus hun , tot betere overtuiging, onder het oog, dat de waarheid, dat er maar één Godt is, zelfs midden onder de Heidenen, byhen, die hun verftand behoorlyk gebruikten, met verborgen gebleevenis. Sommigen van uwe Dichter en, zegt hy, hebben uitdruklyk getuigd , dat wy menfcben alle -uan éénen Godt afftammen, dat is , door hem gefchaapen zyn. Hec

(x) Ik geloove, dat Seneca , hoewel hy anders, met de Stoicynen, zeer verkeerde begrippen van Godt vormde, de zelfde denkbeelden van het Opperwezen hadt, toen hy Lp: XII fchreef • Prope est ad te Deus, tecum est, mtus est „ (Godt is nabyu, met u, in u"). Elsner brengt eene foortselyke uitdrukking van den Dichter OfManus by , dewelke zegt: „ in u Jüpiter, zyn alle dingen , en alle dmgen

hebben hun wezen van u". Dy GaoTiUS kan men meer der-

Sluiten