Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Verklaaring van den êerflen Brief

gevoelen wordt daar door bevestigd, dat onze Apostel, kap. III: 22 alleenlyk zich zeiven, Petrus, en Apollos noemt, als de hoofden der partyen, die zich naar hen noemden, maar den naam van Christus achter wege laat; ten bewyze, datzy, die zich Leerlingen van Christus noemden, geene byzondere party uitgemaakt hebben.

Dit is ook het gevoelen van den Bisfchop Clarius:

Paulus ) fchryft hy —— non reprebendit eos , qui

dicebant fe Christi discipulos esfe, fed queritur, quod non omnes hoe ipfum dicant. (Paulus beftraft hen niet, die zeiden, dat zy leerlingen van Christus waren, maar klaagt, dat zy dit niet allen zeiden). Hedinger ftelt zich ook voor, dat ieder van deezen, die zich lcerlingen van Christus noemden, by zich zeiven gedacht engefproken zal hebben: " ik houde het met niemand,

dan met Christus , den Aartsherder; de andere „ Leeraaren toch zyn zyne knechten flechts *' (kap.

lil; 5.) , , .

Het gevoelen van Fecht, dewelke van oordcel is, dat deeze Christenen, van dewelken wy nu fpreeken, Christus zeiven hebben hooren leeren en prediken, is niet wa.irfchynlyk. Hoe hoog zoude dan de ouderdom van deeze Menfchen niet reeds moeten geweest

zyni Zoo merken wy het ook te recht als eene

dwaaling aan, wanneer Bez'a, Hemminc en Calixtus gelooven, datzy, die zich Leerlingen van Christus noemden, wel is waar, Christus alleen voor den rechten Leeraar gehouden hebben, maar zoo, dat zy andere Leeraaren, door welker mond Christus echter

ook fprak, daar by verachtten. Vitringa is van

gevoelen, in het reeds aangehaalde Kapittel, bl. 812, dat het de eenvouwigfte Christenen , en het minst in getal geweest zyn, die uit onkunde zich verbeeld hebben, dat Christus ook een byzonder Léeraar geweest is. Dit verfta ik niet. Ook verfta ik zyn Latyn niet, wanneer hy zegt; Cbristum cum doEtorum ejusmodi feEtis confuderunt (è).

Gro-

(/;)Dit is zekerlyk eene Scbryffout, waar voor men zalmoe-

ten

Sluiten