is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeve eener korte beöeffenende redeneerkunde voor de jeugd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 87 )

Vast Land kan niet ligt op een merkelijken afftaud eenige gemeenfchap tusfchen hen doen

oniftaan; maar een Stroom, eene Beek ■

uit welke misfchien beide drinken. ——

Wanneer deze Beek van eene hoogte afliep, zo zou misfchien kit Lam boven aan hebben kunnen ftaan en het Water onzuiver maaken, vóór dat het lager bij den Wolf kwam; de Wolf zou in dat geval een billijk voorwendzel hebben, om misnoegd op het Lam te zijn.

Maar het L'm ftond geheel onder aan de Beek te drinken, en de Wolf ftond boven aan » nogthans befchuldigde de Wolf het

Lam dat het hem het water onzuiver gemaakt had,

Hoe natuurlijk was nu de verdediging van het Lam tegen deze befchuldiging, wanneer het zeide, dat het water van hem naar den Wolf en naar de hoogte vlieten moest, als het waar was het geen de Wolf voorgaf.

Daar de Wolf niets op deze verdediging wist in te brengen, nam hij fpoedig een ander voorwendzel te baat, en gaf voor dat F 4 het