Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L MOSES Hoofdst. XXXVII. 15

fchuuwlijkfte ondeugden Vatbaar gekeurd hadt — hadt hij ook dan de waarheid kunnen befpeuren? Een boos dier heeft hem verfcheurd; een grimmige leeuw heeft mijn Jofeph verflonden ! De Vader jammert ontroostbaar; te vergeefs beproeven het allen, die rondom hem zijn, om hem te trooften; te vergeefs ook de tien. De tien Broeders? Ja, mijne Vrienden, Want zij durven nu zelfs ras weder den Vader onder de oogen koomen! O Ruben! ook gij zwijgt?— Wat zou hij zeggen? Hij zweeg, om niet door de onverdraaglijke waarheid den ouden Vader geheel ter neder te werpen; hoe hadt een Vader deeze waarheid kunnen uitftaan? Maar gij andere negen , hoe kost gij deezen aanblik uithouden ? hoe voor dit klaaggefchreij beiïaan? Haast haast zal ik, door dit verlies onderdrukt, mijnen Jofeph volgen! En traanen der Vaderlijke diepgewondde .rederheid , en der begeerte naar den geliefden Zoon verzelden zijne klagten. — Dat deeden Jofephs Broeders uit nijd en ijverzucht!

Nog een woord, mijne lieve Vrienden! Ik ben niet bezorgd, dat 'er iemand onder ons zij, die deeze daad van Jofephs Broederen niet met afkeer befchouwe! Maar laat ons daar voor bezorgd zijn, dat wij te vroeg met ons zelfs te vreden mogtsn weezen, wijl wij ons tot zulk een affchuuwlijke daad niet bekwaam oordeelden, want

waar-

Sluiten