Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 Over den hiftor. Styl der OüSheid

2) Men fprak van de geheele natuur, zelfs van planten en ruuwe lichaamen, als of zy leefden; en 3) drukte men de zaakett uit, niet gelyk zy zyn, maar gelyk zy in de zintuigen vallen. Dit waren, gelyk wy vooraf toonden, de uitfteekendftc eigenfehappen van de oudfte taal, gevolglyk ook van den oudflen Styl in de Gefchiedenis. En uit diezelfde gronden is ook beweezen, dat de Gefchiedenis van den oudften tyd, niet volgens de regelen vart het Pro fa, maar volgens die der Poezy moeten verklaard worden, (Ziet boven bladz. 11.

enz.) Deeze alieroudfte zinlyke, maar

geheel kunftclooze verhaalen verkregen in de laatere tyden uit de handen van kunstminnende dichters groote toevoegzelen. Zy werden namelyk met poetifche verdichtzelen vermeerderd , dewelke , gelyk een voort gewentelde fneeuwbal geduurig in fterkte en groote toenamen. Dus ontftond dan uit den voornoemden zinlyken Styl van den vroegftcn tyd, de Fabel-Styl van den laateren tyd, welke de waare gebcurtenisfen in geheel famenhangende fabelen inkleedde. En het is elk opmerkzaam leczer der oudheid bekend, dat deeze fabelen 'by den oudsten dichter Homerus zeer gemaa-

tigd»

Sluiten