Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HET JOODSCHE VÓLK. 333

een Geest, die alles op éénmaal overziet, die alle aanwezige en mogelijke dingen in Zijne weetenfchap houdt opgefloten, woonen kunnen in eene ziel, die niet dan bij trapswijze vordering eenige dingen aanleeren en begrijpen kan ?

Zoo min de hoogte van den hemel te bereiken, of de diepte van de aarde af te meeten is, zoo weinig doorgronding is er aan het hart van de koningen en zal het dan geene onzinnig, beid zijn, zich te verbeelden , dat men het ver* ftand peilen kan van Hem, in wiens hand de harten van de machtigen en de alleenheerfchers van de waereld zijn? of zou het verfchil tusfehen Gods verftand en onze onkunde , tusfehen de GodJijke kracht en onze zwakheid tusfehen de wijsheid van God en de dwaasheid der menfehen niet veel grooter zijn, dan het onderfcheid tusfehen den eenen mensch en den anderen?-Laaten wij in weinig woorden alles zeggen ; eer zal iemand met de palm zijner hand de maat der naauwkeurig afgefpanne hemelen neemen eer zal hij de wateren met

eene juiste maate opgewogen, met zijne vuist

afmeeten eer zal een mensch het ftof der

aarde, in zoo evenmaatige verdeelingen afgewogen , in eenen drieling bevatten - eer zal hijde

(?) Spr: xxv: 3.

Sluiten