Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gewoontens der Inwooners van Paleftina.

Voorgaande fehriftuurplaatzen gezien, dat zulks in Paleftina als zodanig niet gerekend wierdi Om dit nog duidelyker te maken, voeg ik er nog by 1 Chron. 29: 20. Doe loofde de ganfche gej, meent e den Heer den God hunner Vaderen, en zy neigden 't hoofd, en zy bogen zig neder voor den koning. Zo lezen wy ook dat een van koning Ahazia's hoofdmannen voor Elias op de knicn viel en hem fmeekte 2 Kon. 1: 13. Misfchien denkt myn lezer, welk onderfcheidt is dart .tusfchen eene menfchlyke en Godlyke eerbewyzing geweest ? Ik antwoorde, 't onderfcheid blyfc nogthans zeer groot. De eerbied die men aan God verfchuldigt is, is niet alleen in uitwendige gebaerden des lichaams, maar ook en vooral in eene inwendige hoogachting gelegen. Eene Godlyke hoogachting aan fchepzelen te bewyzen, is afgodery, te weten zyn vertrouwen op hen te ■ dellen, of zulke dingen van hen te begéeren die God alleen fchenken kan. In dit opzigt zeggen wy met den Zaligmaker Matth. 4: 10. Den Heer uwen God zult gy aanbidden, en hem alleen dienen.

De Throon der Oosterfche koningen is eeneT&rós». pragtige Sopha. Die van Salomo was van Elpenbeen met goud 0 vertogen, hebbende zes trappen, met 12 Leeuwen by de leuningen der trappen, en eene voetbank vercierd 2 Chron. 9: 17.

P a Thans,

Sluiten