is toegevoegd aan uw favorieten.

Antwoord op de vraag van Teyler's godgeleerd genootschap: Zyn 'er goede gronden, om gode hartstogten [...] toeteschryven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0VÏR DE GODDELYKE HARTSTOGTEN. 73

rchiedenis en de ondervinding, dat verre de grootfte helft van de Christen - Waereld altoos een gedrag gehouden heefc, en nog houdt, 't welk gansch niet overeenflemt met hun geloof, en hen geen gelukkig vooruitzigt kan geeven in de aanftaande Eeuwigheid.

§ 131.

Hoe klein wordt dan, dit alles in aanmerking genoomen zynde, het aantal niet der zulken, wier deel eene gelukzalige onfterfelykheid zyn zal ?

$ 132.

Wie kan zig nu verbeelden, dat God zulk een oneindig aantal van verftandige Schepzelen hervoort gebragt zou hebben, die de prooy ftonden te worden van nimmer eindigende martelingen? Zou Hy hen niet liever, (en deeze gedagte is eindelyk ook van geen gering belang,) zou Hy hen niet liever, na dat Hy alle moogelyke middelen tot hunne beeterïng te vergeefs beproefd had, wederom geheel vernietigen, dan hen een aanweezen laaten behouden, dat hen eeuwig tot een last en kwelling moet verftrekken? Of veel meer, zou Hy wel immer zulke weezens hebben kunnen fcheppen, waarvan Hy voorzag, dat zy tot in eeuwigheid weêrfpannig en hardnekkig zouden blyven; en die Hy dus genoodzaakt was, met eeuwige kwaaien tepynigen, daar Hy onmoogelyk behaagen in kan fcheppen, en daar zy voor zig zeiven geene beeterfchap ter Waereld ooit van te waglen hadden?

K § 133.