is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den ZEVENJAAR. OORLOG. 247

welke zy verkondigen (*). De Keizer had , ongetwyffeld, het doen deezer hervorminge wel kunnen' uitftellen, en dan nog zoude men ze met eene voorzichtige hand hebben moeten aanvatten. Behalven deeze zaak , welke een groot gefchreeuw veroorzaakte, leide men hem nog te last, dat hy de Ismailoffche en Preobrazinskifche Lyfvvachten onder eene te ftrenge krygstucht hield , en dat hy Denemarken den oorlog wilde aandoen , het geen den Rusfen te meer tegen de borst was, dewyl zy openlyk zeiden, dat hunne Natie daarby geen belang had. Kwalykgezinde perfoonen verfpreidden deeze bezwaarnisfen onder het gemeen, om den perfoon des Keizers haatelyk te maaken. De vriendfehap , de erkentenis , zo wel als de achting, welke de Koning had voor dc uitmuntende hoedanigheden van deezen Vorst, bewoogen hem aan denzelven te fchryven , en deeze netelige ftof te ontginnen. Men moest hierin.die uiterfte

tcer-

(*) Over des Konings denkwyze , raakende den Godsdienst, hebbe ik elders een woord gezegd. Ik wil den Godsdienst niet verwarren met deszelfs Bedienaars. Maar het is laag eene geheele orde van menfehen, zonder uitzonderinge, dus voor huichelaars uit te maaken. Tegen veele Kerkelyken kunnen , ongetwyffeld , gewichtige beschuldigingen ingebragt worden: maar hoe zoude het met de Konin. gen gaan , indien men ook hen naar het grootfle gedeelte der perfoonen van hunnen rang wilde oordeelen ? Fert.

Q 4

1761176?.