is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 1763 TOT 1775- *7

4en, met dezelfde ligtvaardigheid tegen haar zelve eenen aanval zoude mogen onderneemen op de grenzen van Esthland en van Finland. Deeze beide Landfchappen waren , ten dien tyde, onvoorzien van krygsvolk; de Rusfifche Legers waren in Besfarabie, in de Krim, en meer dan vyftigduizend man hadden Poolen overllroomd. De Keizerin oordeelde, dat zy in deeze omftaudigheden, terwyl zy veroveringen maakte in het Oosten, en de Sarmaaten onder het juk bragt, niet moest verzuimen haare oude bezittingen in zekerheid te Hellen, Met dat oogmerk riep zy twintigduizend man van het krygsvolk , dat in Poolen was, te rug, om ze te gebruiken tot het bezetten en verdedigen van Lyfland, en van dc Landfchappen , welke zy geloofde gevaar te loopen van door de Zweeden aangetast te worden. Van den anderen kant toonde zy zich meer geneigd tot het houden van eene nieuwe Byeenkomst, om den vrede te maaken met de Turken.

Deeze Byeenkomst werd te Bucharest geopend (*) : de Reis EtTendi was de Gevolmagtigde van de Porte , en de Heer Obreskow die der Rusfen : de beide Gevolmagtigde Staatsdienaars van Pruisfen en van Oostenryk woouden ze niet by , dewyl de Rusfea kwalyk voldam waren geweest over den Heere Thugut, die, als Staatsdienaar der KeizerinneKoninginne, by de eerfte Zamenkomst was tegen-

woor-

(*) Den zesëntwintigften van Wynmaand,

F 4

1772.

Tweede vruchtelO'ize Zaïnenkomsi der Kusten en der Turken,