Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1778.

226 GE DENKSCHRIFTEN

naars inwendig het gedrag der Oostenrykfchen af keurden ; dat men, uit achtinge voor de Koninginne van Frankryk, eene Dochter van Maria Therefia , zich niet tegen den Keizer zoude verklaaren; maar dat men ook van de handhaavinge van den Westphaalfchen Vrede niet zoude afwyken. Dit wilde zeggen, dat Frankryk voorgenomen had, de onzydigheid tc bewaaren, het geen eene zeer geringé rol fcheen voor eene zo groote Mogendheid, welke, ten tyde van Lodewyk den XIV, de oogen van het verbaasde Europa op zich had gevestigd : maar niet weinige redenen deeden haar tot zulk een gedrag bëfluiten. De last der verfchiïkkelyk groote fchulden, waarmede het Koningryk bezwaard was, en welke, nog meer toeneemendc, eene algemeene bankbreuk dreigde; de ouderdom des Heeren van Maurepas , welke nier ver van de tachtig jaaren was ; de af keerigbeid des Franfchen Volks van eenen oorlog in Duitschland, vefftérkt door den geringen roem, welken de Franfche Legers verworven hadden in hunne laatfle veldtochten tegen de Bondgenootcn, over welken Prins Ferdinand van Brunswyk het bevel voerde; de verbindtenisfen, welke Frankryk had aangegaan met de Engelfche Volkplantingen in America, welke het verplichtten derzelver onafhangelykheid te verdedigen , en dit in een oogenblik , waarin het befloteu had den oorlog ter zee aan Grootbritannie te verklaaren. Om zo veele fchepen te wapenen,

ar-

Sluiten