Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïl HOLLANDS

zij 'er van geweest mcgten zijn, zagen echter, na deafzweeringvanFiLiPsen het vertrek van Leicejier, dat liet beftier der zeezaaken een algemeen bewind en de oplettendheid van den Vereenigden Staat hoe langer hoe meer vereischte. De ligging der zeven Gewesten voor het meeste gedeelte aan zee, de noodzaakelijkheid om met vereende krachten te werk te gaan, en de uitzigten tegen eenen zoo magtigen vijand, fpraken te fterk, om niet te befpeuren en overtuigd te zijn, dat 'er een algemeen bewind , en dus eene Admiraliteit over de zeezaaken, volftrekc noodig was: vooral in een tijd, in welken de vrije Nederlanders hunnen handel in de drie overige deelen der wereld begonnen uit te breiden; in welken zij een oorlog voerden tegen eenen dwingeland, zoo wel magtig ter zee als te lande; eenen oorlog , van welken zij niets goeds konden verwachten, indien zij niet, teffens met eene landmagt, eene ontzaggelijke zeemagt aanhielden, bekwaam om den koophandel, als de bron van al het vermogen van den Vrijen Staat, te beveiligen en te befchermen. Ook fchijnen alle de Gewesten het eens geweest te zijn over de noodzaakelijkheid van deze inftelling; en, zoo die nimmer recht tot ftand en op eenen vasten voet is gebragt, men moet het wijten , niet aan eene onnuttigheiu of noodeloosheid, maar aan ftrijdende rechten en belangen, welke te meermaalen het uitvoeren van bekwaame maatregelen tegen gaan; of aan zoodaanige andere hindernisièn, die raenfomtijds vermoeden, zelden met zekerheid aanwijzen kan.

De Algemeene Staaten kwamen dan, in den jaare 1589, overeen, om een Opper - Admiraliteits Collegie op terichten, beftaande uit Prins Maurits, als Admiraal Generaal, en zes Raaden, uit Holland, Zeeland en Friesland genomen : hebbende Gelderland en Utrecht zich voorbehouden om 'er van hunnent wege Raaden

Sluiten