Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52o HOLLANDS

handel wederom te doen bloeien , zoo zeer niec naar nieuwe aanmoedigingen moet zoeken , dan die wederom in het went ftellen, en doen herleeven, van welken men te vooren heeft gebruik gemaakt; of dat men ten minfte daar mede behoort te beginnen , en de gebreken wegneemen , welke 'er zijn ïngefloopen, zoo ten aanzien der zaaken zeiven, als ten aanzien van de uitvoering der wetten en ordonnantiën. Onze koophandel'heeft juist zoo zeer niet noodig aangemoedigd dan wel ontlast te worden van de belemmeringen, die denzelven kwellen en drukken. In het algemeen ftaat te letten , dat dwangmiddelen ftrijdig zijn tegen den aart des koophandels. Men moet iemand niet tot den koophandel dwingen; men moet hem 'er toe aanlokken. Dit tot een gronddag gelegd zijnde, zal alles uitkomen op een ftaatkundig beleid, om den koopman het voordeel zijns beroeps te doen genieten, dat is te zeggen, hem alles aan te bieden , wat hij noodig heeft, om den koophandel te drijven, op zoodaanig eene wijze, dat hij 'er tot zijn voordeel gebruik van maaken kan. De Vrije Nederlander is uit den aart tot den koophandel geneigd: hij word 'er zelfs toe getrokken: hij heeft 'er uit den aart eenen trek toe, gelijk een fpeeler tot het fpel : zijne neiging, welke de bron der algemeene welvaart uimaakt, en welke eene wijze ftaatkunde tot voordeel van den Staat doet ftrekken , welker verflaauwing zij zoekt voor te komen, en welke zij altijd weet leevendig te houden, is eerlijk, en de voornaamfte beweegreden , welke rijke lieden, die van hunne inkomften kunnen leeven, aanzet, om zich op den koophandel toe te leggen, en daarin hunne middelen meer of min te waagen. Hec lokaas der winst zal 'er hen in doen blijven, zoo lang zif niet zullen worden

af-

Sluiten