Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 GEDENKSCHRIFTEN va*

kieschheid zou treffi% en haar in mijn belang overhaalen, wanneer ik toonde , eenig vertrouwen in haar te ftellen, of dat ik haar niet vreesde, of aan haare goedgunftigheid niet twijfFelde: ik verwagtte ni.jne vergiffenis van haar, om dat ik gevoelde, dat ik, in haare plaats zijnde , die zou hebben toegedaan; ik wist toen nog niet, hoe groot het verkrui was tuslchen de gevoelens en hartstogtcn van een eerlijk, en van een bedorven hart.

Ik ftelde eene memorie aan den Koning op, in welke ik van m. de pompadour met achting, en van mijne belediging aan haar met berouw fprak: ik fmeekte, dat zij mogt te vreede zijn met de ftraf, welke ik reeds had ondergaan; of, in alle geval, zoo men oordeelde , dat veertien maanden gevangen gezeeten te hebben, nict genoegzaam was, om mijne misdaad uittewisfchen, verdontte ik mij om genade van haar, welke ik had beledigd , en om ontferming van mijnen Koning te fmeeken Ik befloot die memorie met het ontdekken der fchuilplaafs welke ik tot mijn verblijf had vcrkoozen, met eene openhartigheid, die de duidelijkfte bewijzen van mijn vertrouwen opleverde, en die alleen mij de vergeving mijner misdaad, zoo ik daar van al te befchuldigen ware geweest, had behooren te verworven

In het Kasteel de Vincennes, had ik kennis gekreegen aan doctor quesnai, Geneesheer van den Koning en van de Marquife: hij had toen getoond eenig belang m mij te ftellen, en mij zijnen dienst aangeboden. Ik ging hem vinden, en gaf hem mijne memorie, welke hij beloofde, den Konin* ter hand te zullen dellen. Hij heeft zeer wel zijn woord gehouden. Ik twijffel geen oogenblik, of de Koning is» geraakt geweest, door mijn vertrouwen

op

Sluiten