is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van den heere Hendrik Masers de Latude.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II EN RIK MASERS de LATUDE. 185

haal der minde omftandigheden verpligt; in alle geval , de waarheid is mijne leidsvrouw: ik heb geene andere verontlchuldiging nodig.

Er waren reeds negen dagen verlopen, zederd men mij van wegen den Minister had gevraagd, wat ik tot mijn vertrek uit mijne gevangenis nodig had. Van dat oogenblik af gevoelde ik het drukken mijner ketenen niet; mijne geheele ziel fmaakte niets dan blijdfchap en het geluk van op vrije voeten gefteld te zijn; ik had reeds alle mijne vermogens wedergekregen, en ree'ds ftelde ik dezelve in mijne verbeelding in het werk. Het was in de maand van September 1775. Op den ajacn kwam mijn cipiersknegt mijne gevangenis met drift openen, en fchreeuwde met eene foort van verrukking: Mijnheer ! alle uwe rampen zijn geëindigd, men brengt daar bet bevel tot uw ontflag. Ik volg hem; ik treê in de raadkamer; de Majoor doet mij mijn vertrek uit het Kasteel ondertekenen; hij verzelt mij tot in den hof; daar vind ik den Heer de rouge mont met twee Sergeanten der Juftitie. Een van hen, genaamd tronchet, zei mij, de Minister denkt, dat het noodzaaklijk voor u is, dat gij van langzamerhand en trapsgewijs aan de vrije lucht gewoon word; gij zult eenige maanden in een Monnikenklooster doorbrengen, welk hier niet ver van daan is: ik heb order, om u dervvaards te brengen.

Dit was woordelijk hetzelfde, dat de Sergeant rouille tegen mij op den 15 Augustus 1764. zei, wanneer hij. mij uit de Baftille kwam haaien, om mij naar Vincennes te voeren. Ik herinnerde mij dit maar al te levendig; geen wonder derhalven, dat dit woord mij als een donderflag in de ooren klonk, cu mij vcrftomde. Ik wierd bijkans zonder kennis in.

M 5 eene