Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220 GEDENKSCHRIFTEN van

moijria ; hij was uit Languedoc zoo wel als ik, geboortig van Beziers, en van een zeer aanzienlijk gellagt. Hij was te Charenton gezet, om dat hij den degen tegen zijnen broeder had willen trekken. Ik had hem ten raadsman gellrekt, geduurende den tijd zijne1- gevangenis ; bij zijn vertrek gaf ik hem brieven aan -zijne en mijne nabelTaandeii mede. Zijne moeder vereerde mij met antwoord , en bood mij haaren dienst aan; zij verwittigde mij, dat zij reeds ten mijnen voordeele aan den Heer de st. vigor , Controleur Generaal van het huis der Koningin , had gefchreeven , en zou ook nog aan anderen haarer vrienden voor mij fchrijven; zij zond mij daar bij een affchrift van eene volmagt, bij welke zij toeflond , dat ik haar als mijne moeder en voogdes befchouwde; waar op ik terftond haar mijne levendigfte gevoeligheid en dankbaarheid betuigde.

De Heer de st. vigor was een aandoenlijk en regtvaardig man; hij had dat gezag , het welk de deugd , zomtijds zelfs in een bedorven Hof, verkrijgt , en had nauwlijks den brief van de Gravinne de moijria ontvangen, of hij fchreef aan mij zeiven , om mij een berigt van mijn geval en omftandigheden te vragen , welk ik hem zond, hem tevens biddende, van voor mij geen aanzoek bij den Heer le noir te doen, dewijl zulks toen voor het minst nutteloos zou geweest zijn. Hij voegde zich bij den Heer amelot, en verkreeg voor mij een order van ontflag , welke mij op den 7 Junij 1777, door den Heer de la croix, opzigter der Politie , gebragt wierd.

Ik was dan eindelijk vrij ! Op het zelfde oogenblik vertrok ik van Charenton. Ik was zonder hoed,

têO-

Sluiten