is toegevoegd aan uw favorieten.

Poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 VERTELSELS

Hy leegde 't een na 't ander glas,

En at en dronk zolang tot hy verzadigd was. Toen zat hy ftil, en fcheen in diepen flaap te raaken. De commisfaris zeide: Ik moet hem wakker maaken;

'k Denk waarlyk dat hy flaapt, nu 't eeten is gedaan.

Hy trok hem by de mouw, en fprak aldus hem aan: Wat deert u? is 'er iets gebeurd? zal 't u verftooren Dat ge ons de reden van uw diep gepeins doet hooren?

Neen,fprakhy,'k dachtflechts op ccn'droom,dien'k heb gehad.

Ei zeg, zei de ander, wat die droom in zich bevat? 't Zal zekerlyk iets wonders weezen. Ja, fprak hy, nimmer droomde ik zulk een' droom voordeezen:

'kWas, dacht me, op 't hemelplein: daar zag ik Petrus ftaan, En, met den fleutel in zyn hand, de deur bewaaken,

Opdat geen fnoode zou door list naar binnen gaan, Maar haar ontfluiten voor de vroomen die genaaken.

Het eerst' verfchynfel was een deftig predikant,

Die zich hier heen begaf; doch Petrus riep: Hou ftand! Wie zyt gy? fpreek. Hy zeide: Ik ben een Godgeleerde, Die 't pad der deugd elk toonde, en zelf de deugd waardeerde.

Gy hebt, fprak Petrus, dan op de aarde uw' pligt gedaan:

'k Geloof u op uw woord: gy kunt naar binnen gaan. Toen volgde een tweede, om ook den hemel in te treeden. Wie zyt gy? was de vraag: zeg van uw komst de reden.

Ik