is toegevoegd aan uw favorieten.

'sWerelts begin, midden, eynde, beslooten in den trou-ring, met den proef-steen. Van den zelven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE LUST. 163 l Haar dunkt dat hy verftelt, en gantfeh verflagen zit,

Maar hy komt tot hem zelfs, en zeid ten leften dit j ■jVriendin, het kort verhaal en uitkomft dezer zaken, CjKomt vry geen kleinen ftryd in dezen boezem maken, ] Myn ziele ligt en Haat, myn angftig herte woelt, I Om dat het grooten ftryd in al de zinnen voelt, f My dunkt ik zie het vleefch met zyn gezwinde knechten, My dunkt ik voel den geeft met reine wapens vechten. Dies was ik eerft ontruft en wonder vreemd geftelt, Maar God zy eeuwig dank, de deugd behoud het veld. ÏWel! is dit zoo gefchied, gelyk }k moet gelooven, f Zal ik dan zoo een vriend zyn befte panden rooven ? Zal ik een vyand zyn van die my liefde toont, En zal hem zyne deugd met fchande zyn geloont ? iZal ik een eerlyk man zyn bedde gaan bevlekken, |En by zyn echte wyf myn geile leden ftrekken, ï Tot hoon van zynen naam en van zyn edel huis? , Neen, neen, gelooft het vry, myn hert is al te.kui^ ) *k En zal het nimmermeer, al moeft ik heden fterven, ij 'k En zal het nimmermeer van mynen geeft verwerven. { Zyn gunft en uw verhaal heeft my de vuile luft, Heeft my het dertel vier ten vollen uitgebluft. I Het was u eigen man die heeft op u gewonnen, ' Dat gy tot myn vermaak u fchoot hebt willen jonnen; En gy hebt wederom myn zinnen afgewent, Dat myn ongure luft u bedde niet eh fchent, I Het eerfte was gebeurt gantfeh buiten zyn gedachten, \ Het tweede wederom gantfeh buiten uw verwachten. Gewis God heeft het woord u in den mond geleid, En 't gaat my tot de ziel al wat 'er is gezeid i I Nu wil ïk een verbond met oog en handen maken, Van niet te willen zien, en niet te willen raken, Dat my de zinnen tergt en tot de luft verwekt. Vermits het aan de ziel tot enkel hinder ftrekt. Het vleefch had my verrukt, het oog had my verraden, ■ En ik ftond nu bereid om in de Tuft te baden, Om met een vollen loop te rennen op de baan, Daar linkers, wereld* volk, en boeven henen gaan.

Maar