Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooi- DROOMÈNi 109 Wanneer men leid en flaapt, cn dat op enkel waan, Nooit grond en dient geleid, of vaft en dient geftaam Dat ja den hemel zelfs met harde donder-flagen, De nare fpookery heeft wech beftaan te jagen, En dat een meerder God, gezegent uit de locht, Den llaap en zyn bedrog hier gcenzïns lyden mocht. En mits zy met en weet het Ryk, en min de woning, Ja niet den blooten naam van dien gedroomden Koning* JJat op het naar gefpook niet eens en dient gelet, Maar voor een nacht-gedrocht gelaten in het bed.Ziet dus maalt haar de geeft,tot dathaarmaaedenquamen, En door een ander werk haar dit gepeis benamen: ' Men zeid haar, dat het Hof zal rvden op de jacht. En dat de Koning zelfs op hare 'komfte wacht'. Zy, lchoon wei eer gewoon de bolfchen af te drvveh* Die: wenfeht 111 dit geval in huis te mogen blyven. Wat eertyds haar beviel dat is haar heden Pvn; Zy wou voor dezen tyd vry liever eenzaahi zVn. Zy voegt haar evenwel, en ftelt haar om te jagen* En bleef op deze reis wel zes of zeven dagen. ë Daar was een deftig Slot* getimmert in het woud, Daar zy met haar gevolg by nachte zig onthoud, t Geviel op dezen tocht, dat zy met rane fchredeh, Een hart, nu lang gejaagt, quam happig na gereden Haar maagden zyn vermoeit, en quamehachter aan* En zy bleef, even zelfs ontrent een heuvel ftaan, En wacht de Jagers ,n. Doch eer de Ridders quamen, Die acht op haar gevolg en op den Koning namen ■ Ontdekt zich op het veld een geeftig Edelman, Die, naar het fchynen mocht, niet langer rvden kan, Hy gar hem na dc Maagd, en boogde gantfche leden, Hv groet het Vrouwclyn, en zeid haar deze reden ; Irlnceflc, dezen brief die komt u van den Vorft* Die met zyn gantfche ziel na uwe fchoonheid dorft. Ontvoud het klein papier, het zal u kondig maken, Ucn brand van zyn gemoed , den grond van alle zaken, En wat het vorder raakt. Gy zult in korten zien,v\ at u den Hemel vergt, en wat 'er zal gefchien, Qa • Hy

Sluiten