Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü22 de gevaaren van den laster.

NEGEN- EN - VIJFTIGSTE BRIEF.

Geheel bezig met de gedachten , wat men toch bij Sir george en bij hen die daar dagelijks komen , over mijne vlugt denken mag ; verftomd over de vcrraderfche treken van Mevrouw malgarde ; een weinig verheugd over de onverhoopte inkeering uws broeders , verloor ik federt eenige dagen de treurigheid van mijn tegenwoordig lot geheel uit het oog : gij begrijpt, mijne vriendin , dat ik niets medenam dan het geen het mijne was, vóór ik in dit huis kwam , eir dat ik alle de edelmoedige gefchenken van mijnen weldoener achter gelaaten heb ! ik ben thans weer zo eenvoudig gekleed als toen ik uwe gelukkige uuren genoot , op het land was ; cn ook di: brengt oneindig veel toe tot mijn genoegen ; behalven dat dit ook best overeenftemt met mijne tegenwoordige omltandigheden cn het huis waarin ik mij bevind : des kan ik beter het nieuwsgierig oog ontgaan, dan wanneer ik in dien weidfchcn optooi gebleven ware , die men mij noodzaakte bij Sir george aantedoen, en waartegen ik, om niet bijzonder te zijn, niets durfde inbrengen.

wiss fannij, aan l a d ij be l ka ir.

Sluiten