is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen mijner luimen; of Verhaalen en mengelschriften.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l44 BEPROEFDE LIEFDE.

ge betrekking toe die zuster had; integendeel, hrj wilde ze niet eens kennen, hoe dikwijls Fritz; hem tot een bezoek ten harent uitnodigde; maar 't was hem genoeg te weten, dat zijn vriend's hart ook een fchepfel beminde dat Hansje heette. Daarom hoorde hij hem ook zoo graag van haar fpreeken, en zoo dikwijls den naam van Hansje door Fritz genoemd werd, knikte Willem vriendelijk, als wilde hij zeggen: ik heb ook een zuster, die Hansje heet.

Dat Willem bij dezelfde voortdurende en hopelooze liefde geen prooi van zwaarmoedigheid wierd, had hij alleen te danken aan zijne onvermoeide werkzaamheid. De ledige uuren, welke de dienst hem overliet, wierden verdeelt tusfchen het onderwijzen van kinderen en zijne eige geestvor^ ming. Maar zeldfaarri gehikte het zijne vrienden hem van de boeken aftetrooncn, en met zich naar buiten te krijgen. Het weêr moest al zeer uitlokkend, en de lucht zeer helder zijn, als Willem toeftemde om met hen mede te gaan. En als hij het deed, dan konde hij op zijne wijze ook regt vrolijk zijn; want geen leed trof ooit zoo diep, dat het bekoorlijke der natuur, ten minsten voor een oogenblik, daartoe niet een verzachtend opium wierd.

Op