is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanleiding tot eene taal- en oordeelkundige verklaaring van de schriften der ouden, en tot eene gepaste navolging van Cicero.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clasfifche Schryvers Taalk. telelanielen. 103

eene Metonymia is; „ ik heb Faber gekogt", ia plaats van Fabri Thefaurus , is insgelyks eene Metonymia : „ dat is een fchrandere bol", is eene Synecdoche. Maar wie onderzoekt gaarn de tropifche fpreekwyzen in onze Taal ? in de Latynfche , Griekfche en Hebreenwfche doen wy het gaarn, en dikwyls met een groot vertooja van geleerdheid.

Jonge Lieden, die de betekenisfen der Latynfche woorden regt willen bcgrypen, regt beoordeelen, en dezelven ook regt gebruiken, moeten vlytig de oorzaak onderzoeken , waarom een woord, buiten zyne eigenlyke betekenis, nog meer heeft; en by zich zeiven nadenken , of deze oorzaak eene Metaphora , eene Metonymia of Synecdoche zy. Zy kunnen de boven aangehaalde woorden voor zich nemen , en dus by zich zeken redeneeren : Scrupulus betekent 1. - „ een fcherp Steentje", 2. „ eene zaak die angfl „ en zwaarigheid maakt". Hoe hangt dit te famen ? Antw. door de Gelykheid : bygevolg is het eene Metaphora. Verder : Ofendere , 1. „ Aanftooten, a. Beleedigen, vinden, een rois„ flag begaan, ongelukkig zyn''. Deze vier betekenisfen zyn gevolgen van het Aanftooten. Het Aanftooten is dus de caufa. Bygevolg is bet eene Metonymia. Op dezelfde wyze kan men ia meer anderen te werk gaan.

d. De Etymologie is byzonder ook een gefchikt middel, om de eerfte en eigenlyke betekenis te vinden. By voorb. auarus van avidus „ beG 4 » gee-