is toegevoegd aan uw favorieten.

Dagverhaal der lotgevallen van Pichegru, Barthelemy, Villot, Aubry, Dossonville, Le Tellier, La Rue en Ramel, uitgebannenen uit Frankrijk naar Guijane, na den [...] 4 sept{r}. 1797.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii5 #

Wij betuigden hem vrij fterk onze te ohvredcnheid óver' zijn gedrag. De Commandant A i m é, om een eindè te mklcen aan onze gcfchillen, deed ons in de boeijeii fluiten, kwam 'er ons in bezoeken, en ziende dat Barthelemy zeer veel uitftond, zeide hij hem, te bemerken dat hij geen krachten genoeg had om die ftraf te verduren , dat hij hem uit de boeijen zou laten ontdaan en M arrest zenden naar zijn kamer. Laat mij blijven waar ik ben, antwoordde Barthelemy hem koeltjes, ik heb nog meer krach en geduld dan gij moed hebt, laat mij in vrede lijden met mijne medgezellen.

De Abt Brothier vroeg zeer liefderijk genade voor ons.- Zij werd hém geweigerd; gelukkig dat J e a n n e t de willekeurige daad van den Commandant A i m é euvei opnam; zoo haast hij 'er kondfchap van kreeg, zond hij den Heer Vogel, Maire van 't Canton, en die zicb. te Caijenne bevond, om hem bevel te geven ons uit de boeijen te daken.

Irt't begin van Meij bevonden Troconducondray enLafond, diefamenaten, zich bijna op een en denzelfden tijd zeer onpasfelijk; eenige uuren daarna begon • nen zij geweldig te fpuwen, en bij beiden deden zich da fchrikbarcndfte tekenen zien; zij leden de fcherpfte pijnen , zonder een oogenblik tusfehenpozen; men fchreef op ftaande voet aan Jeannet, om de gunst te verzoeken de beide zieken naar 't gasthuis te zenden, 't gene H 2 aan