Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Godsdienst in het algemeen. 15

liet gaan, en hem met zyne familie in het leeven fpaarde. Weet gy het wel, kinderen', hoe God noach in het leeven behieldt?

K. Ja, hy moest een groot Schip bouwen. , _ •.

L. En wat moest hy dan met dat Schip

doen?

K. Hy moest 'er met zyne vrouw en kin. deren ingaan. L. Deedt noach dit dan ook? K. Ja.

L. En wat gebeurde er, toen noach ui het Schip was?

K. Het begon te regenen, en het regende 40 dagen en 40 nachten.

L. Wat ontftondt 'er uit dien Regen?

K. Zeer hoog water, zoo dat het zelve boven de hoogfte bergen klom.

L. Hoe ging het toen met noach in zyn Schip?

K. Die dreef op het water om.

L. Ziet, zoo bewaarde God den vroomen man in dit Schip of in deeze Arke, dat hy in het hooge water niet om het leeven kwam. —=— Maar welk lotgeval kwam intusfchen die andere menfchen over?

K. Die moeften allen in het water verdrinken. ■

L. ö Lieve kinderen! welk een vreeslyk gezicht moet dit geweest zyn! -— Stelt U eens voor, hoe die lieden toen, die eerst zoo onbedachtzaam waren , en den lieven God niet achtten, hoe die nu op éénmaal in angst zullen geraakt zyn, toen het water begon in hunne huizen te dringen; hoe zy zich toen

poog-

Sluiten