Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eS Di ONVERWACHTE

Sofie.

Doe je 't 'er om?

La Fleur.

Weetje dan niet, hoe 't volk in zijn fchik is, als wij het gelegenheid geeven om te zeggen: och! wat is dat volk gemeen! och! wat onbefchoftheid! och ! wat een zot flach van menfchen ! zij mogten wel gras vrceten! en duizend andere uitdrukkingen, Het is net als of zij tegen zich zeiven zeiden: o, wat ben ik vernuftig! o, wat een doorzicht! o, hoe ver ben ik boven hen ver. heven! Wel waarom zouden wij hun dat vermaak ontbonden? Ik bezorg het hun altoos, zoo veel zij willen; en ik vind 'er mij wel bij. Wat kost het tog ?

Sofie.

Ik dacht niet dat je zoo flim en fchrander waart.

La Fleur. Ik heb al vijf diensten gehad: ik ben driemaal verhuisd om dat ik aardig wou weezen; om dat ik toonde meer gezond verltand te hebben als zij. Zedert heb ik altoos net het tegendeel gedaan en dat lukt mij; want ik heb al een mooi ituivertje bij malkaêr, dat ik voor de voeten van de lieve borduurfter wil nederleggen, die de goedheid heeft....

(Hij wil haar omhelzen.')

Sofie.

Och, fchei tog uit: je bent lastig.

La Fleur.

Hoor, Sofie; ik heb in een mooi gebonden boek

ge-

Sluiten