Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438 Roomsch-Hollands-Rechtt III. Boek Het geen voorts in 't gemeen, dat is, fo voor het gefeedé CP' meen-Lands-recht, als het byfondere Recht der Steden In & nopende het Verfterf-recht aan te merken ftaat i?cZ *d> en-beftaat byna alleen in de ito^.T^iLa

nbien'^f ^ P!?atS' C" in tT inbreng, of afkorting van het geen te vooren is genoten

4 h aats-vulhng en repmfintatie. is, wanneer de Ktaderen'in hare

Ouders, of voor-Ouders plaats komen te erven, gelyk en ben,

yens hare Oomen, of andere Vrienden die den afgfftorven nïr

Dog die tot Rotterdam, is bv bvfon'der fï*»J„*ff ;« j t 1604. vergunt, dat binnen har/stJd, en ufSS, d £ JT van iJ^Sg-*, nog twee Leden ^'ph^^M*^

en^ï-aan^

verpiri ^? h£eft' «T Vefdve Hoofdtor Ho0?d be ; ven. ««. 11. maar volgens het Verfterf-recht van Z P il

Ordon art. 28. by dewelke Se plaatsvulling, of bv S aken tel ven, ichynt voor een en 't felve geftelt te 7vn „tï? derfcheid gemaakt in gelyke of ongelyke ^ ^

Waar uit voortkomt dat onder het woord reprèTmtmu en „1^. vulling, by veel gerekent en begreepen wercliie Sm P cl ken, of by Kluften te erven, Vanneer vèifcheide n, r by Sta" famen feker gedeelte van Erfenis trekken, 7e S a s me 2^1^^ om het felve onder eikanderen te verdeden Hr.! , d,'

werd

Sluiten