Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 F R A G M E N T E N

hst Kind rijt, ik word duizelig, als ik het mij

rcgt verbeelden wil. Ik moet fluiten. Mijn ge¬

heel hart is zo geheel, zo onuitfpreeklijk het uwe! Bernft. den 1(5. Sept. "

iï- ^

Slimmer pots had uwe verftroojing mij niet kunnen fpeelen, dan dat gij den Brief, rüt welken ik zo veel beflisfends van de reize hoopte, naa Soroe zondt.

Men ontdekt toch altijd wat in Brieven, die men niet zien moest. In deezen deed ik de treurige ontdekking, dat uw hals erger geweest is, dan gij mij <>ezegd hebt. Ach gij hebt toch met B. en W. wel gefproken? Ik meende, dat ik ook ontdekken zou, dat gij mij niet lief hadt: maar gij hebt van uwe Meta nog al redelijk teder gefproken. Hoe hef ik U heb! Ja, dat laat zich niet zeggen! En hoe ik gefield zal zijn, als ik u weder zie, daar heb ik geene verbeelding van. lk word duizelig, als ik daar aan denk; zo ook als ik 't eerde geluid van mijn Kind zal hooren. Gisteren ging ik voor een uurtje of vier uit rijden. Wat weg? Ja, ik kon geen' anderen weg rijden, dan den neg naa Lubck, alhoewel ik wel wist, dat gij gistere»

Sluiten