is toegevoegd aan uw favorieten.

Uitbreiding van den grooten catholyken catechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

van het geloof.

A. Ja: ik eisch van hen, Zeide de oude Tertulliaan aangaande de twee ketters Nigidius, en Hermogenes , dat zy bewyzen ten voorfchyn brengen , door wat gezag zy zyn aangefteld;... zy moeten aantoon en, dat zy nieuwe Apostelen zyn... want aldus heeft Christus zyne Apostelen aangefteld, met hen magt te geeven om dezelve wondertekenen te doen, die Hy zelf gedaan had. (a) en de H. Bisfchop Pacianus uitte zich aldus tegen eenen aanhangeling van Novatiaan, die dien aartsketter aanzag, als van den Hemel opgewekt, om zijne nieuwe leering te verkundigen, heeft Novatiaan dan vreemde taaien gefproken? heeft hy gepropheteerd? heeft hy dooden kunnen opwekken ? hy had toch iets van deze gaaven moeten hebben, om een nieuw Evangelie te verkundigen. (b)

V. Zouden de zogenaamde hervormers, die in de Catholyke Kerk meest alle Priesters geweid waren , zich uit deze weiding, en aanftelling niet gerechtigt kunnen rekenen, om eene nieuwe leering in te voeren ?

A. Neen; want behalven dat ook veele anderen zich tot predikers van het Evangelie , en bedienaaren der Sacramenten hebben opgeworpen , zo fpreekt het van zeiven, dat zo dra een wettig aangefteld leeraar eene leering gaat verkundigen, die volftrekt ffiydig

is

Ca) Tertul. de Pr*. C. 30.

(b) S. Pacianus Epist. contra Novat.