Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35'S het tweede boek

T» k°m tC *«PI gelijk ik, zo de ^;;;0„/. }^-« teninotig2ijn)UtehuJp ^ kofflen>

™* ?» — Gedraag u danner T .>.,.

ö uapper. — LaaT Qns V00J. ong

„ volk, en voor de fteden van onzen God ons „ zeiven wakker kwijten ! en voords doe je„ hova, het geen hij goedvindt!" 13- Vervolgends rukte joïb, met zijne onderhebbende manfchap, 0p de Arameërs aan, die hevig aangevallen, fpoedig de vlucht namen:'

14. De Ammoniten, ziende, dat de Arameërs aan het vluchten lloegen, wendden abisaï insgelijks den rug toe, en weken in de ftad. — Na het behaalen dezer overwinning keerde joüb , uit het land der Ammoniten, weder te rug na Jerufalem, ■

15. D= Arameërs, zich door de Israëiiten dus geflagen ziende, brachten nu alle hunne magt

16. bij een; ook deedt hadadczer de Arameërs, die aan de overzijde van den Eufraat woonden , die rivier overtrekken ; en deze geheele krijgsmagt , aangevoerd door sobach, hadadezers Legerbevelhebber, trok voort tot Helam

17. -toe. - david, hier van de tijding gekregen hebbende, verzamelde terfiond geheel Israël, en den Jordaan overgetrokken zijnde, toog hij'hen tot bij Helam te gemoet. _ Hier boden hem de Arameërs den veldflag aan, en het kwam tot een hoofdtreffen, waar in de Arameërs door de Israëliten geflagen werden. — Bij deze gelegenheid, veriloeg david van de Arameërs 7oo

wa-

Sluiten