Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

778 het tweede boek

6. salomo's gebed, bij deze gelegenheid.

Hoofdjl. Thans fprak salomo: „ jehova heeft geVSVI\ ,1 zegd , dat hij in de donkere onweêrs-wolk

2. „ zijnen zetel heeft. — lk heb u thans eenen „ Tempel tot eene wooning gebouwd , eene „ verblijfplaats, daar gij eeuwig uw verblijf

3. ,, zult hebben!" — Vervolgends zich omwendende, fprak de Koning eenen zegen uit over de geheele gemeente der Israêliten , terwijl deze geheele gemeente der Israëliten eerbiedig ftondt:

4. „ Geloofd zij jehova" — dus fprak hij — ,, de God van Israël, die mijnen vader david ,, met den mond beloofd, en nu met zijne „ hand vervuld heeft, het geen hij met deze

5# „ woorden beloofde: Van dien tijd af, dat „ ik mijn volk uit Egijpte voerde, heb ik, uit ,, alle de Israëlitifche ftammen, nooit eenige „ ftad verkezen , om daar eenen Tempel te laten „ bouwen, ten einde mijn naam \en dienst} daar „ aan bepaald zou zijn; ook heb ik nooit iemand „ verkozen, om over mijn volk, over Israël, een

<j. ,, Erf vorst te wezen; maar Jerufalem heb ik ver,, kezen, opdat daar mijn naam [en dienst] be„ paald zou zijn; ook heb ik david verkozen, ,, om over mijn volk, de Israëliten, te regeeren.

7. „ — Nu hadt mijn vader david een voorne,, men , om eenen Tempel te ftichten voor den ,, naam [en dienst] van jehova, Israëls God,

8. „ maar jehova liet mijnen vader david aan„ zeggen: Wat uw voornemen betreft, om

,> voor.

Sluiten